Vandaag in onze rubriek De stem van... is het de beurt aan Anne Nijpels! Anne is leerkracht op het IKC Socrates in Zwaag. Met zo’n 22 jaar ervaring voor de klas heeft ze inmiddels heel wat groepen voorbij zien komen. Meestal is ze te vinden in de bovenbouw, in groep 7 of 8, maar dit schooljaar wacht haar iets nieuws: voor het eerst gaat ze aan de slag met groep 6! Haar voorliefde voor geschiedenis gaat verder dan alleen het klaslokaal, want ze heeft naast de pabo ook geschiedenis gestudeerd. Rekenen speelt eveneens een belangrijke rol in haar werk: inmiddels is ze twee jaar rekencoördinator op haar school. In haar vrije tijd sport ze, doet ze graag leuke dingen met haar twee kinderen, leest ze en kijkt ze series. Ook vindt ze het heerlijk om te tekenen/kleuren. Daarnaast is ze van nature nieuwsgierig: als iets haar interesseert, wil ze graag weten hoe het precies in elkaar zit. Die nieuwsgierigheid neemt Anne ook mee in haar werk. Ze vindt het dan ook leuk om lessen en materialen te ontwikkelen en steeds te zoeken naar manieren om het onderwijs beter te maken.
Wij waren benieuwd naar De stem van... Anne Nijpels:
Je hebt ooit geschiedenis gestudeerd. Daar lijk je vandaag de dag nog veel mee te doen, door leuke lessen bij elkaar te zoeken, maar ook vertel je geregeld in het specifiek over Griekse mythologie. Wat is hier de meerwaarde van?
Mijn opleiding Geschiedenis heeft veel invloed op de manier waarop ik geschiedenis in de klas geef. Ik vind het belangrijk dat geschiedenis niet alleen bestaat uit jaartallen en losse gebeurtenissen, maar dat kinderen begrijpen hoe de geschiedenis ons heeft gevormd tot wie we nu zijn. Daarom probeer ik verhalen altijd in hun historische context te plaatsen.
De Griekse mythologie is daar heel geschikt voor. Ik vertel de kinderen bijvoorbeeld mythologische verhalen, maar probeer samen met hen ook te zoeken naar de dubbele laag in zo’n verhaal. Vervolgens kijken we naar de wereld waarin het verhaal is ontstaan. We kunnen het hebben over de Trojaanse Oorlog, de strijd tussen Athene en Sparta of over de Griekse goden. Ook besteed ik aandacht aan Griekse kunst en leer ik kinderen bijvoorbeeld hoe ze verschillende goden kunnen herkennen.
Daarnaast zit er in de Griekse mythologie ontzettend veel kennis die kinderen op een onverwachte manier tegenkomen. Zo kunnen we vanuit een mythe ineens praten over de oorsprong van een woord als arachnofobie. Dat soort verbindingen vind ik geweldig, omdat kinderen daardoor merken dat geschiedenis niet alleen iets uit een boek is.
Mijn eigen interesse helpt daarbij. Ik ben meerdere keren in Griekenland geweest, heb daar veel opgravingen bezocht en heb zelfs een deel van de route van Alexander de Grote onderzocht. Daardoor kan ik uit eigen ervaring vertellen. Ik hoop kinderen vooral nieuwsgierigheid mee te geven: willen weten waar iets vandaan komt en waarom onze wereld eruitziet zoals hij eruitziet.

Bij jou op school ben je sinds kort ook rekencoördinator. Hoe bevalt dit?
Ik ben inmiddels twee jaar rekencoördinator op onze school en dat bevalt goed. Ik werk ongeveer één dag per twee weken aan deze taak. De combinatie met het leraarschap vind ik erg prettig. Als leerkracht sta ik dagelijks met mijn voeten in de praktijk en vanuit mijn rol als rekencoördinator kan ik vervolgens op schoolniveau nadenken over hoe we het rekenonderwijs kunnen verbeteren. Die combinatie zorgt voor afwisseling en geeft mij nieuwe prikkels.
Ik ben eigenlijk een beetje in deze rol gerold door de opleidingen en specialisaties die ik heb gevolgd, maar vooral omdat ik rekenen interessant vind. In mijn rol schrijf ik mee aan beleid, werk ik aan kwaliteitskaarten en breng ik leerlijnen binnen de school in kaart. Ook doe ik klassenbezoeken en coach ik collega’s op het gebied van rekeninstructie. Daarnaast help ik bij doelenplanners, begeleid ik leerkrachten bij het automatiseren/memoriseren en verzorg ik rekenstudiemomenten voor het hele team.
Ook leerlingen begeleiden vind ik interessant. Wanneer een leerling vastloopt, kan ik een rekenonderzoek afnemen om te onderzoeken waar het probleem precies zit. Daarna geef ik de leerkracht advies over de verdere begeleiding.
Als ik kijk naar verbeteringen, denk ik dat er vooral winst te behalen is in handelend en actief rekenen. Leerlingen moeten niet alleen sommen op papier maken, maar rekenen ook daadwerkelijk doen en ervaren. Ik denk dat wanneer leerkrachten zich daar nog meer bewust van worden en dit dagelijks toepassen, dit een grote verbetering in het rekenonderwijs kan opleveren.

Je hebt een kritische kant, die wij zeer kunnen waarderen, maar zeker niet altijd vanzelfsprekend is als leerkracht zijnde. Hoe kan een kritische houding het onderwijs ten goede komen?
Ik vind het belangrijk om kritisch te blijven als leerkracht. Onderwijs verandert voortdurend en er komen steeds nieuwe ideeën, methodes en ontwikkelingen op ons af. Ik vind niet dat je overal zomaar ja op moet zeggen. Het is belangrijk om jezelf af te vragen waarom je iets doet en of het daadwerkelijk bijdraagt aan goed onderwijs.
Als ik het ergens niet mee eens ben of vind dat iets onvoldoende onderbouwd is, laat ik dat zeker horen. Ik denk dat dat uiteindelijk juist kan helpen om samen betere keuzes te maken. Kritisch zijn betekent voor mij overigens niet dat je ervan uitgaat dat je zelf altijd gelijk hebt. Naarmate ik ouder ben geworden, merk ik dat ik daarin gematigder ben geworden. Ik probeer beter te luisteren naar wat anderen te zeggen hebben en wil eerst begrijpen waarom iemand een bepaalde keuze maakt. Daarna kan ik mijn eigen mening beter onderbouwen.
Mijn nieuwsgierigheid speelt hierin ook een rol. Als iets mij interesseert, wil ik graag weten hoe het precies zit en zoek ik het uit. Die houding vind ik ook belangrijk voor het onderwijs. Niet zomaar iets overnemen omdat het gebruikelijk is, maar kijken naar de achterliggende gedachte en naar wat onderzoek en praktijk ons vertellen.
Tegelijkertijd moet je als leerkracht natuurlijk ook kunnen handelen. Je kunt niet alles eindeloos onderzoeken. Uiteindelijk moet je keuzes maken en ermee aan de slag gaan. Voor mij betekent kritisch zijn daarom vooral: blijven nadenken, vragen durven stellen, goed luisteren naar anderen en bereid zijn om je mening aan te passen wanneer daar goede redenen voor zijn.
Wat zou jij mensen die niet voor de klas staan (zoals wetenschappers, beleidsmakers of politici) willen meegeven over het onderwijs?
Mijn belangrijkste boodschap aan mensen die beleid maken of beslissingen nemen over het onderwijs zou zijn: kom zelf eens kijken hoe het er in een klas aan toegaat. Het liefst niet alleen een uurtje, maar draai een dag of zelfs een week mee. Ik denk dat je dan pas echt ervaart hoe complex het onderwijs in de praktijk is.
Er wordt veel van het onderwijs gevraagd. We willen dat Nederland goed blijft presteren op het gebied van rekenen en taal en tegelijkertijd willen we passend onderwijs bieden aan alle kinderen. Dat zijn belangrijke doelen, maar ik maak mij wel zorgen over hoe we dat allemaal tegelijk willen realiseren. Als we zo weinig mogelijk geld willen uitgeven en steeds meer verschillende onderwijsbehoeften in één klas willen opvangen, vraag ik mij af of dat uiteindelijk wel verstandig is.
In een klas heb je te maken met kinderen die allemaal verschillend zijn. De ene leerling heeft extra ondersteuning nodig, terwijl een andere leerling juist meer uitdaging nodig heeft. Als leerkracht probeer je daar iedere dag recht aan te doen. Dat vraagt tijd, kennis en ruimte.
Ik vind het daarom belangrijk dat beleidsmakers niet alleen kijken naar cijfers, plannen en internationale ranglijsten, maar ook naar de dagelijkse werkelijkheid in de klas. Goed onderwijs vraagt om goede leerkrachten, maar ook om voldoende tijd, ondersteuning en middelen.
Mijn boodschap zou dus vooral zijn: luister naar de mensen die iedere dag voor de klas staan en ervaar zelf hoe het onderwijs werkt voordat je nieuwe regels en beleid maakt.
De schrijvers


