Select Dynamic field

Onzinnig Pijnlijk Papierwerk (OPP)

01 sep 2026 •  minuten leestijd

Onno VisserSteyn VisserGeschreven door Onno Visser en Steyn Visser op 1 september 2026Bijgewerkt op 15 oktober 2026

Het begin van het nieuwe schooljaar. ‘Wat ben ik blij dat ik groep 6A krijg, want wat een leuke groep is dat!’ denkt juf Milou. Vooral na vorig schooljaar, waarbij het bijna leek alsof ze voor het speciaal onderwijs had gekozen… Een klas met vier OPP’ers, drie kinderen met elk een handelingsplan, en daarnaast nog twintig andere kinderen met ieder hun eigen onderwijsbehoeftes. Ze kreeg weer even een flashback: alle extra oudergesprekken, administratie, instructiemomenten bovenop haar lessen en zo nog veel meer. De OPP’s werden een soort zeurende pijn die haar het hele jaar achtervolgde, met soms intensieve pieken. ‘Waar haal je de tijd en handen vandaan?!’ dacht ze. En één gedachte bleef aan haar knagen: helpt het OPP nu echt het kind, of schrijf ik het vooral vóór iemand anders? Juf Milou is niet de enige waarbij deze vragen en frustraties leven. Bij vele andere leerkrachten horen we dit terug, inclusief onszelf. Wij onderzochten daarom waar het misgaat met deze goedbedoelde regeling – opgelegd van bovenaf.


Wat is een OPP?

In de meest ideale zin is het OPP een plan voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Wanneer start je een OPP? Als de ondersteuning binnen de school niet voldoende is en externe hulp nodig is¹. Als extra ondersteuning binnen de school¹ kan worden opgelost, dan volstaat een handelingsplan¹ veelal. De OPP-ondersteuning kan variëren van een taalontwikkelingsstoornis tot gedragsproblematiek. Mocht deze OPP-ondersteuning dan nog steeds niet voldoende zijn, dan kan er (pas) worden gedacht aan het S(B)O². 

Hieronder ziet u een schematisch overzicht dat goed weergeeft welke stappen nu precies worden genomen voor een kind met extra ondersteuning, en waar het OPP zich in dit geheel bevindt (bron: Algemene Rekenkamer¹).

Eén van de punten die logischerwijs behoort terug te komen in het OPP, is (1) welke extra ondersteuning er wordt geboden. Daarnaast verplicht de Inspectie³ drie andere aspecten in het OPP: (2) de verwachte uitstroombestemming van de leerling; (3) de onderbouwing hiervan; (4) hoe de mening van de leerling is meegenomen (hoorrecht). Het staat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden vrij om zelf invulling te geven aan deze punten. Daarom is er geen vast OPP-format. Het gevolg? Grote verschillen tussen scholen⁴: het ene format is gebruiksvriendelijk, het andere niet en vraagt meer werk.

Daarnaast is het belangrijk om te realiseren dat de invloed op en van het OPP verder reikt dan jouw klas. Zo vormt het OPP een belangrijk bewijsstuk in de financiering en toewijzing van extra/externe ondersteuning¹. Ook goed is om te weten dat het OPP een erfenis is van Passend Onderwijs, wat o.a. inhoudt dat scholen wettelijk verplicht zijn een OPP op te stellen² vanwege de zorgplicht². En wetten en geldstromen worden gecontroleerd of ze wel goed tot uiting komen. U voelt het waarschijnlijk al aankomen: dit is het moment waarop het idealistische karakter van het OPP karakter scheuren begint te vertonen. 


De werkdruk

De eerste erosie wordt zichtbaar zodra je ontdekt hoeveel 'betrokken' partijen er een plasje over willen doen. Zo gebruikt het samenwerkingsverband (SWV) OPP’s als financieel verantwoordingsdocument¹. Treffend samengevat door een leraar⁴: “... de Inspectie van het Onderwijs zegt, ja, je schrijft geen OPP voor het SWV. Misschien in de ideale wereld wel, maar in onze wereld niet. Het SWV geeft immers de financiële middelen uit.” Maar ook de Inspectie gebruikt het OPP als verantwoordingsdocument, dan wel juridisch. Zij legt scholen namelijk steeds vaker vanaf het bestuurskantoor⁵ langs de meetlat of ze wel aan hun wettelijke zorgplicht voldoen. De beste bestuurslui staan aan wal, zullen we maar zeggen, met als gevolg: veel onzinnig bureaucratisch papierwerk voor leerkrachten. 

En dan is er nog dat het OPP (te) veel werk op zichzelf is. Het vraagt van jou als leerkracht om diep in de leerlijn te duiken⁴ en passende doelen te formuleren. De lijst met specifieke doelen per leergebied is enorm: 'schriftelijke taal' bestaat alleen al uit 144 doelen. Dan nog de eindeloze overleggen¹ met: de leerling (hoorrecht), ouders, IB’ers/KC’ers, het samenwerkingsverband en ambulant begeleiders. Daarna nog de uitdaging om dit gepersonaliseerde onderwijsplan in een klassikale onderwijssetting uit te voeren⁴. En dit riedeltje herhaalt zich vaak (of gedeeltelijk) omdat OPP’s geëvalueerd en bijgesteld worden.

Circa 60% van de (V)SO leraren⁴ ervaart het OPP als een administratieve last. Twee op de drie basisschoolleraren ervaren hun administratieve taken als (zeer) zwaar¹, met het OPP als mede-boosdoener. Niet voor niets wordt in het basisonderwijs slechts voor 30% van de leerlingen met extra ondersteuning daadwerkelijk een OPP opgesteld⁶. De Inspectie⁶ duidt dit als 'zorgelijk laag', maar wij lezen hierin een signaal dat de werkdruk te hoog is om OPP's te schrijven. En laten we vooral niet vergeten: het OPP is slechts één van de vele (administratieve) lasten¹ dat het lesgeven belemmeren.


Het kind geholpen?

‘Maar het kind is hiermee wel geholpen', horen wij veelal als tegenreactie op ‘OPP-kritiek’. Maar is dat zo?

We zagen al: OPP's kosten veel tijd. Deze tijd had je ook in het kind kunnen stoppen. Oefenbladen maken, met het kind zitten, écht tijd nemen voor de leerling, i.p.v. dat je het in onzinnig papierwerk moet stoppen. Het OPP is een paradox: een plan bedoeld om de leerling te ondersteunen, maar dat door zijn omvang en complexiteit een obstakel is geworden voor het uitvoeren en uitdenken. De daadwerkelijke ondersteuning van het kind blijft daarmee liggen, veelal ergens gevangen in een papieren werkelijkheid. Gekenmerkt als ‘dossieropbouw’.  

Maar er schuilt nog een fundamenteel probleem in het OPP. De Inspectie eist een OPP dat 'meetbaar, doelgericht en effectief'⁶ is. De ontwikkeling van een kind verloopt echter veelal grillig⁴, vooral bij een kind met extra ondersteuning. Hoe vaak heb je wel niet meegemaakt dat een OPP’er op de toets vooruitging, maar je voor de rest aan alles merkte dat het de stof niet beheerste? Oh ja, en hoe meet je effectief OPP’s van thuiszitters of andere lastige sociale situaties? De onderwijspraktijk leert dat het kind de ene dag een doorbraak heeft en de volgende dag terug bij af kan zijn. Kortom, het laat zien dat dit soort ondersteuningsprocessen met horten en stoten gaan en lastig meetbaar en effectief zijn te maken. Biesta⁷ omschrijft dit als ‘het prachtige risico van het onderwijs’: de erkenning dat we de ontwikkeling van een kind niet kunnen plannen, meten en controleren. De erkenning dat een kind geen fabrieksproduct is. 

En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle kinderen en volwassenen die een hekel hebben aan datgene waar ze extra ondersteuning voor kregen en keer op keer uit de klas werden gehaald.

Tot zover perspectief (PP) voor het kind zijn ontwikkeling (O).


Hoe anders?

Allereerst doen wij een paar pragmatische voorstellen:

  • Eén landelijk format. Geen bureaucratische wirwar van verschillende systemen per school.
  • Heldere normen. Concreet omschreven verwachtingen, zodat scholen niet extra onnodig gaan noteren uit juridische/financiële voorzichtigheid.
  • Gebruiksvriendelijk. Zet het gros van de leerdoelen of gedragsproblematiek al in het format zodat je met een paar klikken kunt filteren op type ondersteuningsbehoefte. Digitaal-technisch prima haalbaar.
  • Gekoppelde systemen. Methodes en eindtoetsen verplicht aansluiten op dit ene systeem, zodat resultaten niet apart in rapport, LVS én andere losse documenten hoeven. Ook hier weer: technisch prima haalbaar.

Daarnaast doen wij twee fundamentelere, maar nog steeds pragmatische, voorstellen.

(1) De oplossing van de gemiddelde beleidsmaker voor dit OPP-vraagstuk? Waarschijnlijk iets als: ‘meer (papieren) controles⁵ uitvoeren’ zodat je ‘preventief/risicogericht⁸’ te werk kan gaan. Maar zou het niet het simpele feit zijn dat we gewoon meer handen in de klas nodig hebben om deze vorm van gepersonaliseerd onderwijs uit te voeren? Ja, is onze stelling. Vanwege de algemene werkdruk in het onderwijs en de werkdruk die het OPP oplevert, kan het OPP nooit worden uitgevoerd op de manier waarop het eigenlijk bedoeld is. Het kind is hier allesbehalve mee geholpen. We zullen meer in concrete materiële oplossingen moeten denken. 

(2) Helaas is verantwoorden, in de vorm van veel uitschrijven, het nieuwe doel geworden. Het behoort echter een middel te zijn om het werkelijke doel te bereiken: extra ondersteuning waar het kind wat aan heeft. Onze oplossing is simpel: laat leerkrachten aanzienlijk minder noteren. Stop de tijd in het kind. Uitdenken, uitvoeren, en waar nodig uitschrijven. ‘De leerkracht dus vrijpleiten van verantwoordelijkheid?’ Nee, we vragen om een andere (controle)blik. Kom in de school kijken. Praat met het kind, de leraar en betrokkenen. Dit doet vele malen meer recht aan de complexe onderwijsrealiteit en de grillige ontwikkeling van het kind dan een papieren verantwoordingsdocument.


Conclusie

Wij kunnen niet anders concluderen dan dat het OPP in zijn huidige vorm het beste te omschrijven is als een Onzinnig Pijnlijk Papierwerk. We hebben laten zien dat het zowel voor leerkracht als voor kind niet haalbaar maar ook niet wenselijk is, op deze manier. Maar het kan dus anders! Zoals hierboven beschreven, kunnen een paar pragmatische voorstellen een groot verschil maken.

Helaas worden dit soort pragmatische oplossingen al snel bestempeld als 'te simpel gedacht'. Opmerkelijk genoeg vooral door mensen die niet voor de klas staan en zelf vooral utopische ideeën opperen. Voor hen leeft de realiteit op papier i.p.v. in de praktijk. Dat vinden wij pas ‘simpel’. Het is bovendien pervers: het komt van mensen die zelf nog nooit de druk van de klas met (meerdere) OPP's hebben ervaren. Onzinnige administratieve werkdruk bedenken, maar niet de last dragen. En nee, een pabo-opleiding of een kortstondige praktijkervaring volstaat niet om 'te weten hoe het is’. Onze vraag is daarom ook: probeer eens op het professionele oordeel van de leerkracht te vertrouwen. Bovendien liegen de cijfers er ook niet om. Neem het a.u.b. mee in beleid/onderzoek/wetgeving. En vergeet niet, we denken graag met jullie mee. Jullie hebben ons nodig en wij jullie.

Bronnen8
  1. Algemene Rekenkamer. (2025). Hoeveel tijd mag het kosten? Administratieve lasten voor leraren in het primair onderwijs. Den Haag: Algemene Rekenkamer.
  2. https://www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/document/het-ontwikkelingsperspectief/
  3. https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwijssectoren/toezicht-op-samenwerkingsverbanden-passend-onderwijs/ontwikkelingsperspectief-opstellen-en-registeren
  4. Kennis, R., Smeets, E., Beurskens, K., Jager, A., de Visser, M., Groot, A., & Hendrix, M. (2024). Evaluatie Wet Kwaliteit (v)so. Nijmegen: KBA Nijmegen / ResearchNed.
  5. https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2546019-reconstructie-hoe-de-praktijk-van-de-onderwijsinspectie-botst-met-politieke-beloftes
  6. Inspectie van het Onderwijs. (2024). Kwaliteit van de extra ondersteuning in het funderend onderwijs. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
  7. Biesta, G. (2014). Het prachtige risico van het onderwijs. Culemborg: Phronese.
  8. https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/werkwijze-van-de-inspectie
Blijf op de hoogte via onze gratis nieuwsbrief

Verder lezen